Veelgestelde vragen
Toon alle antwoorden | Verberg alle antwoorden
-
Een ouderdomspensioen is een periodieke uitkering vanaf een bepaalde pensioenleeftijd (meestel 65 jaar), welke is bedoeld als aanvulling op de AOW.
-
Pensioenvervroeging, het eerder laten ingaan van een opgebouwd ouderdomspensioen, leidt tot verlaging van het pensioen. Alleen door extra premies te betalen is deze verlaging op te heffen.
-
Als een pensioenregeling alleen nabestaandenpensioen kent voor gehuwden en dus niet voor ongehuwd samenwonenden dan is dat niet in strijd met de wet.
-
Het kan belangrijk zijn een huwelijk of een samenwoonrelatie te melden bij het pensioenuitvoeringsorgaan (of via de werkgever). Soms wordt bij voorbeeld het nabestaandenpensioen berekend op basis van huwelijks-/samenwoonjaren. In dat geval moeten de gegevens van de partner geregistreerd worden.
-
Bij een beschikbare premieregeling is eigenlijk sprake van een premietoezegging in plaats van een pensioentoezegging. Het doel blijft natuurlijk pensioen uitgangspunt is echter een premie, uitgedrukt als percentage van het salaris of van de pensioengrondslag of als een vast bedrag.
-
In een eindloonsysteem wordt per dienstjaar een vast percentage van de pensioengrondslag aan pensioen opgebouwd. Hierbij worden bij een salarisverhoging (CAO of door promotie) alle vorige pensioengrondslagen vervangen door de nieuwe.
-
De pensioengrondslag is dat deel van het salaris dat na aftrek van de franchise overblijft. Het is de grondslag voor de opbouw van het pensioen en meestal ook de grondslag voor de premie en de eigen bijdrage. Soms wordt voor de premie het gehele salaris als grondslag genomen.
-
De franchise is een onderdeel van de pensioenformule. Met een beetje gegoochel kunnen we de formules zo weergeven:
(salaris: 10/7 x AOW) x 1,75% en
(salaris: 8/7 x AOW) x 1,75%
Dit leidt tot dezelfde uitkomsten als bij de methode AOW-aftrek op het pensioen. Wanneer we de pensioenformule zo schrijven spreken we van AOW-inbouw door middel van franchise.
Franchise betekent vrijstelling, we zien in de formule dat er geen pensioenopbouw plaatsvindt over het salarisdeel ter grootte van 10/7 respectievelijk 8/7 deel van de AOW, dit salarisdeel is dus vrijgesteld van pensioenopbouw.
In vrijwel elke pensioenregeling wordt op die manier rekening gehouden met de AOW.
-
Een freelancer werkt niet in loondienst. Diegene die u opdrachten geeft en u daarvoor betaalt, staat niet in de relatie van werkgever tot u. U valt dus niet onder de pensioenregeling van het personeel van die werkgever.
U bouwt wel AOW op; een aanvullend pensioen moet u zelf regelen (kopen).
-
Een voorportaalregeling voorziet in een overlijdensrisicopensioen (nabestaandenpensioen: weduwen/weduwnaars/wezenpensioen) wanneer de werknemer nog te jong is om deel te nemen. In sommige voorportaalregelingen is ook het risico bij arbeidsongeschiktheid gedekt. De voorportaalregeling wordt ook wel ?wachtregeling? genoemd.
-
Om voor de verzekering van partnerpensioen in aanmerking te komen, moet de kandidaatverzekerde het pensioenreglement raadplegen om na te gaan:
- aan welke vereisten (bewijsstukken) moet worden voldaan;
- of hij zich vooraf moet melden bij werkgever of pensioenuitvoerder om de benodigde
bewijsstukken aan te reiken.
De bewijsstukkenbestaan meestal uit een uittreksel uit het bevolkingsregister, waaruit blijkt dat de partners minstens zes maanden samenwonen en (het bewijs van) notariële akte.
In welke gevallen is een aanvullende lijfrente nuttig?
Afgezien van een belastingvoordeel kan een lijfrente een oplossing bieden bij een pensioenbreuk. U kunt de lijfrenteconstructie ook gebruiken om een soort privé ?VUT? te financieren. Ten slotte kan de lijfrente zo geconstrueerd worden dat deze dient als een (aanvullen) nabestaandenvoorziening.
-
Een partnerpensioen regelt een uitkering bij overlijden vaneen ongehuwde deelnemer voor zijn/haar ongehuwd samenwonende partner. Veel pensioenregelingen noemen de regelingen van weduwen- en weduwnaarspensioen ook partnerpensioen. Men doet dit om aan te geven dat er geen verschil wordt gemaakt tussen huwelijk en samenwonen.
In een regeling met partnerpensioen worden de definities van partner, samenwonen en andere vormvereisten omschreven. Dit is een relatief nieuwe pensioenvorm, er zijn veel varianten. Als de regeling van partnerpensioen niet voldoet aan de volgende eisen moet deze door het Ministerie van Financiën worden goedgekeurd.
De partner die het pensioen ontvangt, mag niet een bloedverwant in de rechte lijn zijn (geen ouder, kind)
De partners dienen bij aanmelding duurzaam een gemeenschappelijke huishouding te voeren. *
Als de gemeenschappelijke huishouding minder dan vijf jaar bestaat, moet er een notariële akte opgemaakt zijn waarin vermogensrechtelijke aspecten (verdeling van de spullen) geregeld zijn. De notariële akte hoeft niet in zijn geheel overlegd te worden, meestal voldoet een bewijs van notariële akte, eveneens afgegeven door de notaris.
De regeling van partnerpensioen mag de regeling van weduwen-/weduwnaarspensioen in pensioenhoogte niet overtreffen.
* Uit een uitspraak van de staatssecretaris van Financiën blijkt:
dat de bekende zesmaanden eis als minimumtermijn voor de duur van de gemeenschappelijke huishouding geen wettelijke basis heeft. Het wordt aan de pensioenregeling zelf overgelaten welke eisen worden gestel; dus de eis kan ook geheel niet gebruikt worden!;
dat voor het partnerbegrip eenvoudigweg aansluitend gezocht kan worden bij hetgeen geregeld is in de AOW en Anw, waarbij samenwonende bloedverwanten in de tweede graad (bv. broer-zus) niet langer worden uitgesloten.
De eis tot het samenwonen op één woonadres is discutabel geworden als gevolg van een recente uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling.
-
Een weduwepensioen voorziet in een uitkering voor de huwelijkspartner bij overlijden van een mannelijke deelnemer of ex-deelnemer.
-
Sommige pensioenregelingen kennen een pensioendatum die ligt voor 65 jaar. Een AOW-overbruggingspensioen, ook wel tijdelijk ouderdomspensioen genoemd, voorziet dan in een uitkering ter grootte van de AOW tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Deze uitkering kan kleiner zijn dan een AOW-uitkering als niet het volledige aantal dienstjaren is doorlopen. Naast de AOW-uitkering wordt soms een overhevelingstoeslag of een premietegemoetkoming voor premies volksverzekeringen betaald.
-
Een ongehuwdenpensioen is een periodieke uitkering vanaf een bepaalde leeftijd, die wordt uitbetaald als de deelnemer een AOW-uitkering voor een alleenstaande ontvangt. De uitkering is bedoeld om het verminderde recht op AOW-pensioen (gedeeltelijk) te compenseren.

